Wanneer werd de eerste hadith vastgelegd?

Er wordt gezegd dat de eerste hadith van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) pas 100 jaar na zijn dood vastgelegd werd. Dit is onjuist, want al tijdens het leven van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) werden er ahadith vastgelegd. Er zijn verschillende ahadith die dit ondersteunen:

Zo hebben Abu Dawud, Al-Haakim en anderen overgeleverd van Abdullah ibn Umar ibnu l-Aas (moge Allah tevreden met hem zijn), dat hij aan de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) vroeg of hij iets wat hij van hem (vrede en zegeningen zij met hem) gehoord had, mocht opschrijven.” De Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Ja,” waarop Abdullah vroeg of dit zowel bij tevredenheid als boosheid mocht. De Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Ja, want waarlijk ik spreek tijdens beiden de waarheid (zowel bij boosheid als bij tevredenheid).”

En ook Bukharie en Muslim hebben overgeleverd van Abu Huraira (moge Allah tevreden met hem zijn) dat Abu Shah (een man uit Yemen) na een toespraak van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) die plaatsvond tijdens het jaar van de overwonning van Mekka, vroeg

 hoorde tijdens zijn toespraak die plaatsvond tijdens het jaar van de overwinning van Mekka. De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Schrijf voor Abu Shah.”

Bukharie leverde verder over van Abu Huraira (moge Allah tevreden met hem zijn) dat hij zei: “Niemand van de metgezellen van de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) heeft meer ahadith dan mij, behalve Abdullah ibn Umar. Maar waarlijk, hij was gewend om het op te schrijven en ik niet.”

Tirmidhi heeft overgeleverd van Abu Huraira (moge Allah tevreden met hem zijn) dat een man van de Ansaar met de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zat. De man hoorde een hadith van hem en het verwonderde hem, maar hij kon het niet onthouden. Hij klaagde erover bij de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) en hij zei: “Gebruik je rechterhand,” en hij gebaarde dat hij ermee moest schrijven.

Deze ahadith laten zien dat het toegestaan was om ahadith vast te leggen en dit was de overtuiging van de meerderheid van de metgezellen en van de tweede generatie. Sheikh Ahmed Shakir (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd dat de oudere metgezellen van mening verschilden over het vastleggen van ahadith. Sommige van hen keurden het af vanwege een hadith van Abu Said Al-Khudri (moge Allah tevreden met hem zijn). Maar het merendeel van de metgezellen hebben het vastleggen van ahadith toegestaan en dit is de meest correcte mening.

De hadith van Abu Said Al-Khudri (moge Allah tevreden met hem zijn) staat vermeld staat in Sahih Muslim. In deze hadith zegt de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem): “Degene die iets anders dan de Koran van mij(n uitspraken) opschrijft, dient het te verwijderen.” Echter wordt deze hadith opgeheven door de bovenstaande ahadith. Geleerden hebben verschillende redenen gegeven voor deze opheffing, al is geen enkele reden beslissend.

Ibn Kathier (moge Allah hem genadig zijn) heeft deze hadith aangehaald en haalde ook een uitspraak van Al-Bayhaqi en anderen aan. Zij hebben gezegd: “Misschien werd het in eerste instantie verboden om ahadith vast te leggen, omdat er vrees bestond dat het vermengd zou worden met de Koran, tot deze vrees niet meer bestond (en toen werd het toegestaan). En Allah weet het beste.” 1

Sheikh Ahmed Shakir gaf aan dat verschillende geleerden redenen hebben gegeven voor de hadith van Abu Said al-Khudri. Sommigen hebben gezegd dat de hadith mawqoef 2 is, maar deze mening is onjuist, want de hadith is authentiek. Anderen hebben gezegd dat het verbod gold wanneer ahadith opgeschreven werden in combinatie met verzen uit de Koran op één papier, vanwege de angst dat er geen onderscheid gemaakt kon worden tussen de Koran en de Ahadith door degenen die geen kennis hadden.

En er is gezegd dat het verbod gold voor degenen die in staat waren om ahadith te memoriseren, omdat er angst bestond dat degenen zou vertrouwen op het genoteerde. Degenen die dit niet konden, werden toegestaan om het op te schrijven.

_________________________
1: Al-Baa’idoel Hadith Sharh Igtisaar ‘Oeloomoel Hadith, pagina 129-130
2: Mawquf: een uitspraak van een metgezel die toegeschreven is aan de Profeet