“De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zat op de minbar, sprak tot de mensen en reciteerde een vers (uit de Koran). Ubai ibn Ka’b zat naast me en ik zei tegen hem: “O Ubai, wanneer is dit vers geopenbaard?” Maar hij sprak niet met mij, dus ik vroeg het hem nogmaals en hij sprak niet met mij tot de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) van de minbar afkwam. Toen zei Ubai tegen mij: “Jij hebt niets verworven van jouw vrijdaggebed, behalve loze kletspraat.”
Toen de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) het gebed beëindigd had, ging ik naar hem en vertelde hem (over het gebeurde). Hij zei: “Ubai heeft gelijk. Als je jouw imam hoort spreken, blijf dan stil en luister aandachtig tot hij klaar is.” Lees verder…