Ramadan & Dhoel-Hijja kennen geen gelijke
“De twee maanden van Ied (Ramadan en Dhoel-Hijja) kennen geen gelijke (in waarde).” Lees verder…
“De twee maanden van Ied (Ramadan en Dhoel-Hijja) kennen geen gelijke (in waarde).” Lees verder…
“Met het vasten op de dag van Arafa hoop ik dat Allah de zonden vergeeft van het voorgaande jaar en het komende jaar. En met het vasten op de dag van Ashura hoop ik dat Allah de zonden vergeeft van het voorgaande jaar.” Lees verder…
Zie de opmerkingen bij deze hadith:
“De Boodschapper van Allah vastte negen dagen van Dhoel-Hija, Ashoera en drie dagen van iedere maand.” Lees verder…
“In het Paradijs is er een poort die Rayyan wordt genoemd. En degenen die het vasten in acht genomen hebben, zullen op de Dag der Opstanding door deze poort naar binnen gaan. Niemand behalve zij zullen erdoor naar binnen gaan. Er zal worden gezegd: “Waar zijn degenen die het vasten in acht genomen hebben?” Zij zullen opstaan, en niemand anders dan zij zullen erdoor naar binnen gaan. Nadat zij naar binnen zijn gegaan, zal de poort worden gesloten en zal er niemand meer doorheen gaan.” Lees verder…
“Hoe meer de mensen voldaan zijn in deze wereld (van het eten en drinken), hoe hongeriger ze zullen zijn op de Dag der Opstanding.” Lees verder…
Er kwam een man bij de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) en hij zei: “O Boodschapper van Allah, ik ben verloren.” Hij vroeg hem: “Wat heeft jou geruïneerd?” Hij antwoordde: “Ik heb geslachtsgemeenschap gehad met mijn vrouw terwijl ik aan het vasten was (tijdens de Ramadan).” De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Koop een slaaf vrij (als boetedoening).” Hij zei: “Dat kan ik me niet veroorloven.” De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Vast twee opeenvolgende maanden.” Hij zei: “Dat kan ik niet.” De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Voorzie dan zestig armen van voedsel.” Hij zei: “Ik heb niks om hen te geven.”
In de tussentijd werd er een mand met dadels bij de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) gebracht. Hij zei: “Waar is de vragensteller?” De man zei: “Ik ben hier.” De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei tegen hem: “Geef deze (mand met dadels) als liefdadigheid (als boetedoening).” Hij zei: “O Boodschapper van Allah, moet ik het aan iemand geven die armer is dan ons? Bij Degene Wie jou met de waarheid gezonden heeft, er is geen familie tussen de twee heuvels van Medina die armer is dan onze (familie).” De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) lachte tot zijn hoektanden zichtbaar werden en hij zei: “Neem het.” Lees verder…
“Tegen Usama ibn Zaid werd gezegd: “Zou je Uthman niet bezoeken om met hem te spreken (over het leiden van de gemeenschap)?”
Hij antwoordde: “Voorwaar, denken jullie dat ik niet met hem praat, behalve als ik het jullie laat weten? Voorwaar, ik heb hem onder vier ogen gesproken zonder een deur te openen waarvan ik niet wens om de eerste te zijn die deze opent. Ik zal nooit tegen iemand zeggen: “Jij bent de beste onder de mensen,” zelfs al is degene een bevelhebber over mij, na de woorden die ik van de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) gehoord heb.
De man die hem aansprak vroeg: “Wat heb je hem horen zeggen?” Usama zei: “De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei:
“Op de dag des Oordeels zal er een man worden gebracht en in het vuur worden gegooid, waarna zijn darmen naar buiten zullen komen. Er zal tegen hem gezegd worden: “Gebood jij niet het goede en verbood jij niet het verwerpelijke?” Daarop zal hij antwoorden: “Ik gebood jullie het goede en deed het zelf niet en ik verbood jullie het verwerpelijke, maar deed het zelf.” Lees verder…
“Als het eten van iemand op de grond valt, laat hem dit dan oprapen en de viezigheid ervan afvegen en vervolgens opeten. En laat hem dit niet achterlaten voor de Shaitan. En laat hem niet zijn handen aan een doek afvegen voordat hij zijn vingers heeft afgelikt, want hij weet niet in welk deel van het eten de zegeningen verborgen ligt.” Lees verder…
“Als de nacht komt van hier en de dag verdwijnt naar daar en de zon is ondergegaan, moet de vastende persoon zijn vasten verbreken.” Lees verder…
Loading...