Niet gehaast zijn bij smeekbeden

“De smeekbede van een dienaar zal verhoord worden, zolang hij niet om zonden of het verbreken van familiebanden vraagt en zolang hij niet gehaast is.”

De metgezellen vroegen: “Hoe kan hij gehaast zijn?” Waarop de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) antwoordde:

“Wanneer hij zegt: “Ik heb gesmeekt en gesmeekt,” maar ik ben niet verhoord en dan wordt hij boos en verlaat hij de smeekbede.” Lees verder

Kennis zoeken en anderen helpen

“Wie één van de moeilijkheden van de gelovige verhelpt, zal door Allah van één van zijn moeilijkheden verholpen worden op de Dag der Opstanding. En Wie een ongemak (van een ander) vergemakkelijkt, Allah zal in dit wereldse leven en in het Hiernamaals zijn ongemak vergemakkelijken. En wie (de (fouten van) een moslim bedekt, Allah zal in dit wereldse leven en in het Hiernamaals zijn (fouten) bedekken. En Allah blijft de dienaar helpen zolang hij zijn broeder helpt. En wie een pad bewandelt zoekende naar kennis, Allah zal voor hem hiermee een pad naar het Paradijs vergemakkelijken. En er is geen groep mensen die zich in één van de huizen van Allah verzamelt om het Boek van Allah te reciteren en onderling te bestuderen, of Hij doet innerlijke rust op hen neerdalen, en genade zal hen bedekken en de Engelen zullen zich om hen scharen en Allah zal hen gedenken bij degenen die bij Hem zijn. En wie vertraagd wordt door zijn daden, zijn goede familienaam zal dit niet kunnen versnellen.”  Lees verder

Boetedoening voor geslachtsgemeenschap tijdens het vasten

Er kwam een man bij de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) en hij zei: “O Boodschapper van Allah, ik ben verloren.” Hij vroeg hem: “Wat heeft jou geruïneerd?” Hij antwoordde: “Ik heb geslachtsgemeenschap gehad met mijn vrouw terwijl ik aan het vasten was (tijdens de Ramadan).” De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Koop een slaaf vrij (als boetedoening).” Hij zei: “Dat kan ik me niet veroorloven.” De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Vast twee opeenvolgende maanden.” Hij zei: “Dat kan ik niet.” De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Voorzie dan zestig armen van voedsel.” Hij zei: “Ik heb niks om hen te geven.”

In de tussentijd werd er een mand met dadels bij de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) gebracht. Hij zei: “Waar is de vragensteller?” De man zei: “Ik ben hier.” De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei tegen hem: “Geef deze (mand met dadels) als liefdadigheid (als boetedoening).” Hij zei: “O Boodschapper van Allah, moet ik het aan iemand geven die armer is dan ons? Bij Degene Wie jou met de waarheid gezonden heeft, er is geen familie tussen de twee heuvels van Medina die armer is dan onze (familie).” De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) lachte tot zijn hoektanden zichtbaar werden en hij zei: “Neem het.” Lees verder